Van begeleider kinderatelier naar voorvechter van de emancipatiebeweging binnen de zorg…
Ter inleiding - Op een avond, kwam de ons onbekende Adinkerkenaar Ronny Dierendonck op bezoek in ’t Muzekot. Zijn interesse bestreek een terrein waar ’t Muzekot en de bijhorende vzw W.E.S.P. nog geen aandacht aan had besteed: creativiteit met kinderen en de emancipatie van een groep die over het hoofd werd gezien: de verstandelijk gehandicapten. Kort door de bocht: door Ronny voegdenwe een activiteit aan onze werking toe: het “Kinderateljee”. Maar laten we Ronnyzelf aan het woord [EB]
Nooit had ik durven vermoeden dat mijn inzet in het kinderatelier en een zes weken durende opleiding ‘Leiders creatieve expressie’ bij het Bestuur voor Jeugdvorming zo’n impact zou hebben op mijn beroepsloopbaan.
Creatief met confetti
Van 1972 – 77 was ik tewerkgesteld in een Medisch Pedagogisch Instituut (M.P.I.) voor personen met een verstandelijke beperking. Dit instituut was vooral gericht op zorg en weinig op de ontplooiing van de bewoners. Het personeel bestond toen overwegend uit vrouwelijk verzorgend personeel, 26 religieuzen en 4 mannen (1 orthopedagoog, 1 ergotherapeut, 1 opvoeder en 1 assistent in de psychologie (ikzelf). Met die equipe van 4 mannen en ondersteund door het verzorgend personeel, deden we een nieuwe wind waaien door de voorziening. We legden de nadruk op spel, creativiteit, natuuractiviteiten en contacten met de buitenwereld. Dit was werkelijk een ommekeer binnen een zeer traditionele setting. De religieuzen keken argwanend toe.
Op een dag was er inspectie van de overheid net op het moment dat we een carnavalsoptocht organiseerden door de gangen: we gooiden kilo’s confetti en bloem in de gangen. Zuster-Overste haar gezicht stond op donderen toen ze dit alles zag. Maar de inspecteur zei “Zuster-Overste, proficiat, hier kunnen de kinderen zich tenminste uitleven”. Sindsdien konden we niets meer fout doen en hadden we als het ware een vrijgeleide. De jaren daarop ging de evolutie snel: we realiseerden een avonturenterrein en een kinderboerderij op een groot terrein naast de voorziening. Op dit avonturenterrein kreeg de afgedankte Volkswagen-Kever van Arnold Eloy een plaats. Er was heel wat belangstelling van buitenaf voor onze manier van werken en zo brachten we heel wat vernieuwing in de zorg op gang. In september 1977 kreeg ik de kans om directeur te worden van een nieuw op te starten bezigheidshome voor volwassenen met een verstandelijke beperking. En dit betekende een nieuwe episode in mijn loopbaan.
Een warm thuis
Het nieuw op te richten bezigheidshome kaderde binnen een groter pluralistisch netwerk van zorgvoorzieningen. Ik kreeg een klein kasteeltje in Mariakerke (Gent) ter beschikking en mocht het personeel aanwerven. We startten met een jonge, enthousiaste personeelsploeg die er veel zin in had om er iets moois van te maken. Er was plaats voor 15 personen en begin september kwamen de eerste bewoners toe. Ze kwamen van de zgn. ‘kinderkoer’ van psychiatrische instellingen of van thuis waar ze vaak een geïsoleerd leven leidden. Zo herinner ik mij M., die thuis sjofel gekleed rondliep en nimmer een onderbroek droeg. Nadat hij enkele maanden bij ons woonde, droeg hij wel een onderbroek en ging hij samen met het personeel op pad om z’n eigen kledij te kiezen. Hij onderging een ware metamorfose. Toen begin september de eerste bewoners aankwamen met hun ouders/familieleden en één valies, vloeiden er tranen van blijdschap. Hun vreugde kon niet op toen ze kennismaakten met de kleinschalige, gezellige voorziening. De personeelsploeg zette meteen in op een aantal belangrijke waarden zoals een warm thuis, eigen verantwoordelijkheid, eigen keuzes, zelfbepaling, inspraak, ontplooiing van potentiële mogelijkheden, contact met de nabije en ruimere omgeving. Een nieuwe wereld ging voor hen open! Ook de visie op het personeelsbeleid was niet alledaags: er werd uitgegaan van gelijkwaardigheid tussen het begeleidend en logistieke personeel. Belangrijk binnen de werking waren de wekelijkse teambesprekingen en de bewonersvergaderingen.
Ondertussen had ik als ‘hobby’ een kleine vzw opgericht die los van het home bijscholingen organiseerden. Deze vzw Werkcentrum voor Internationaal Vormingswerk (W.I.V.) realiseerde de film ‘Een huis in de straat’ (over de werking van het kleinschalig home) en trok hiermee meer dan honderdmaal door Vlaanderen. De werking van het W.I.V. was echter op de duur niet meer te verzoenen met mijn job als directeur en in 1983 nam ik dan ook ontslag om mij voltijds te concentreren op de werking van het W.I.V. Jaren later ging de hoofdzetel, waaronder het bezigheidshome ressorteerde, failliet en die sleurde een goed draaiend initiatief mee in de val. De verschillende initiatieven werden verdeeld onder twee zuilen: de katholieke en de pluralistische. Het home uit Mariakerke kwam onder de katholieke zuil terecht en de kleinschaligheid en authenticiteit gingen verloren! Decennia later was ik te gast op een reünie van de ex-personeelsleden en ik werd meteen getroffen door de visie, warmte en geestdrift van weleer.
‘t Wief
Het eerste jaar als directeur van het W.I.V. [uitgesproken als ’t Wief – red.] was geen sinecure: er was slechts een beperkte werkingssubsidie van de overheid en ik leefde een jaar zonder loon. Later werd W.I.V. erkend als Vlaamse vormingsinstelling voor een bijzondere doelgroep en werd mijn loon geregulariseerd. De eerste jaren organiseerden wij één- en meerdaagse vormingsactiviteiten voor personen uit diverse voorzieningen uit Vlaanderen. Belangrijke thema’s waren cultuur, natuur, actualiteiten, steden en streken, expressie en zelfontplooiing via uitdagende natuuractiviteiten. Maar al snel kwamen daar belangrijke maatschappelijke thema’s bij zoals emancipatie, rechten en plichten, zelfbeeld, normen en waarden. De logische stap was om deze laatste activiteiten ook aan te bieden voor directies / begeleiders / vrijwilligers en ouders / verwanten. We ontwikkelden diverse methodieken zoals de EHBO-koffer (Eerste Hulp bij Ondersteuning, Trossen Los, De tocht naar de Himalaya en het Leer-en levenskasteel). Al deze methodieken waren interactief en sterk gevisualiseerd. Vrij snel waren wij een veel gevraagde partner in Nederland en werd er op ons beroep gedaan tot in Friesland. We verzorgen interactieve congressen voor 200 à 500 personen. Toppers waren interactieve activiteiten waar zowel personen met een verstandelijke beperking, professionals als ouders/verwanten aan deelnamen. Naar werkuren werd niet gekeken: de drive om de emancipatiegedachte uit te dragen was immers bijzonder groot! Groot was mijn verwondering toen ik bij toeval het gedachtegoed van Janusz Korczak leerde kennen; hij was toen in Vlaanderen volslagen onbekend. Janusz Korczak was een Pools-Joodse kinderarts, pedagoog, kinderboekenschrijver en opvoeder. Hij was een vroege voorvechter van kinderrechten en stelde in 1919 een kindergrondwet op. Toen de nazi's in 1942 de kinderen uit zijn weeshuis in het getto van Warschau oppakten en naar het vernietigingskamp Treblinka stuurden, weigerde Janusz Korczak hen te verlaten. Hij werd kort na aankomst in Treblinka samen met zijn leerlingen vergast. In Amsterdam was ik te gast bij de stichting Janusz Korczak en organiseerde ik met hen in Gent een studiedag over de voorloper van de emancipatiebeweging; Op vakantie in Warschau bezocht ik zijn monument.
Later werden we ook veel gevraagd in woon-en zorgcentra om met professionelen te werken rond respectvolle bejegening, autonomie en keuzevrijheid. Twee jaar voor ik met pensioen ging hielp ik mee een fusie tot stand te brengen tussen de drie Oost-Vlaamse vormingsinstellingen en zo ontstond vzw Konekt. Na mijn pensioen zette ik mij nog tien jaar vrijwillig/belangloos in en trok ik nog steeds rond om vorming te verzorgen. Ondertussen is er een eind gekomen aan een lang verhaal waar ik met tevredenheid op terugblik.
EPILOOG
Dat medezeggenschap, inspraak en zelfbeschikkingsrecht niet altijd eenvoudig zijn en dat de theorie makkelijker lijkt dan de praktijk, heb ik ontelbare keren ervaren tijdens mijn loopbaan. Ik kan veel voorbeelden aanhalen uit mijn praktijk met personen met een beperking alsook met personeelsleden van woon-en zorgcentra. Hierbij een voorbeeld uit het kinderatelier [kaderend binnen de werking van ’t Muzekot – red.] dat mij bijbleef en aantoont hoe meningen kunnen verschillen.
De activiteiten in het kinderatelier waren zéér divers: schilderen, tekenen, collages, vingerverven, boetseren, poppenspel, vertelnamiddagen en taalspelletjes. Tijdens een atelier ‘taal’ werden kleine groepjes gevormd en kregen ze de volgende opdracht: ‘Maak een kort tekstje van 3 tot 5 lijntjes waarvan alle laatste woorden rijmen met elkaar. Ieder laatste woord moet je op het einde 3 maal herhalen en tenslotte moet je nog een nieuw al dan niet bestaand woord toevoegen dat eveneens rijmt’. De groepjes werden spontaan gevormd en de drie belhamels van het atelier zaten samen en we hadden al snel door dat ze iets in hun schild voerden! Ze lazen als eerste hun tekstje voor:
Onze Muzekotleider Eddy Bonte
Heeft een zeer mooie sexy konte
Daaruit komt een dikke stronte
Bonte, bonte, bonte,
Konte, konte, konte
Stronte, stronte, stronte
Fronte, fronte, fronte.
Na het voorlezen van het tekstje was er gejoel, gelach en getier. Het kostte veel moeite om de activiteit verder te zetten. Eddy B. vernam het gebeuren en riep achteraf de begeleiders bijeen en eiste dat de drie kinderen zich zouden verontschuldigen. Hij verweet hen een gebrek aan respect!! Dirk P. ontplofte bijna en zei dat Eddy een schijndemocraat was. Annemie V. werd erg emotioneel en zei niet meer te willen meewerken. Lutje G. en Marianne B. steunden Eddy en vonden verontschuldigingen op zijn plaats. Pierre-Paul B. probeerde te bemiddelen tussen de twee partijen, doch zonder resultaat.
Er volgde een stevige discussie maar uiteindelijk werd besloten alles blauwblauw te laten. Eddy verliet boos de vergadering en gooide de deur met een harde klap achter zich dicht! Dit voorval werd nooit meer ter sprake gebracht!!!
Ronny Dierendonck, mei 2026.